Bloedsuiker meten

U bevindt zich hier: Home | Producten | Gebruiksinstructies | Bloedsuiker prikken en insuline spuiten | Bloedsuiker meten

Bloedsuiker meten

Meten, hoe doet u dat?


Meten gaat als volgt:  
• Was uw handen met water en zeep en droog ze goed af.
• Maak eerst de prikpen klaar en dan de meter.
• Zorg dat de prikpen goed is ingesteld: pas de diepte aan op de prikplaats die je kiest.
• Prik aan de zijkant van uw pink, ringvinger of middelvinger.
• Gebruik voor de meting de eerste druppel bloed (Alleen wanneer uw handen niet schoon zijn, moet u de eerste druppel afvegen).
• Breng het bloed aan op een teststrookje.
• Lees het teststrookje af met de bloedglucosemeter. De bloedglucosewaarde die u afleest, is de waarde van dat moment. Een goede waarde ligt tussen 4 en 10 mmol/l; nuchter mag die waarde 7 mmol/l zijn.
• Schrijf de uitslag op.
• Controleer bij (fout)meldingen de gebruiksaanwijzing van uw meter.
• Gebruik elke lancet (naaldje voor in de prikpen) maar één keer.
• Doe gebruikte lancetten in de naaldencontainer.
• Codeer de meter steeds als u een nieuwe serie teststrips gebruikt (dit geldt niet bij alle meters).
• Gebruikt u teststroken uit een potje, sluit dat dan steeds goed af.

De test is overal te doen: thuis, op het werk, onderweg, op vakantie, als u uit bent enzovoort. In het begin is het misschien eng om uzelf te prikken, maar na verloop van tijd zal het wennen.

Let op: de teststrips zijn beperkt houdbaar en moeten op een bepaalde manier bewaard worden. Kijk dus op de verpakking en de gebruiksaanwijzing.

 

Hoe vaak moet u meten?


Meten gebeurt volgens een schema dat u met de arts of diabetesverpleegkundige hebt afgesproken. U meet dus zoveel mogelijk op vaste tijden. Dit schema verschilt per persoon.
Vlak na de diagnose moeten mensen die tabletten gebruiken, meestal twee keer per dag meten. Mensen die insuline gebruiken moeten vaak acht keer meten. Samen geven deze metingen aan hoe de bloedglucosewaarden over de dag schommelen. Dit heet een dagcurve. Op basis van de dagcurve wordt er voor u een behandelplan gemaakt.
Na verloop van tijd, als de bloedglucose stabiel is, hoeven mensen met tabletten niet meer iedere dag te testen. Mensen met insuline blijven iedere dag testen, zodat ze hun hoeveelheid insuline desgewenst kunnen aanpassen. Geschikte meetmomenten zijn: voor het slapengaan, nuchter, direct voor een maaltijd, 1 à 2 uur na het eten, voordat u in de auto of op de motor stapt of voordat u flink gaat bewegen.
Soms is het beter om vaker te meten, bijvoorbeeld bij onregelmatig werk, voor en na een etentje, bij ziekte of koorts, bij sporten, tijdens vakantie, of als u ziek bent. Ook zwangere vrouwen, mensen die regelmatig hypo's hebben of mensen met moeilijk in te stellen diabetes doen er goed aan wat vaker te meten.

Deze informatie kunt u ook terugvinden op de website van de diabetesvereniging, www.dvn.nl.

 

Wilt u deze pagina delen via Social media? Klik dan hier.

Cookie Policy

Deze site gebruikt cookies om ervoor te zorgen dat we u de best mogelijke ervaring geven.
Strict noodzakelijke cookies
Deze cookies zijn strikt noodzakelijk om over de site te navigeren, of om te voorzien in door u aangevraagde faciliteiten.
Functionaliteitscookies
Deze cookies verbeteren de functionaliteit van de website door het opslaan van uw voorkeuren.
Prestatiecookies
Deze cookies helpen om de prestaties van de website te verbeteren, waardoor een betere gebruikerservaring ontstaat.
Online surfgedrag gebaseerde reclame cookies
Deze cookies worden gebruikt om op de gebruiker toegesneden reclame en andere informatie te tonen.
Meer weten...