Insuline spuiten

U bevindt zich hier: Home | Producten | Gebruiksinstructies | Bloedsuiker prikken en insuline spuiten | Insuline spuiten

Insuline spuiten

Hoe spuit u insuline?


Insuline spuiten gaat als volgt:

  • Gebruik uw insulinepen uitsluitend voor uzelf, vanuit hygiënisch oogpunt. Ontsmetten is echter niet nodig.
  • Was uw handen.
  • Is de insuline troebel, beweeg deze dan eerst een keer of twintig rustig heen en weer, totdat er een 'egale' insuline ontstaat. Niet schudden!
  • Plaats de naald op de pen en haal het dopje van de naald.
  • Spuit met één à twee eenheden de lucht in de naald weg.
  • Stel de hoeveelheid insuline in en controleer dit nogmaals.
  • Zoek een onbeschadigd stukje huid.
  • Plaats de pen loodrecht op de huid, dan kunt u nauwkeurig bepalen waar de insuline terechtkomt. Een huidplooi vastpakken is niet nodig.
  • Steek de naald tot onder de huid.
  • Houd de pen met uw hand vast en druk met de duim op de knop. Houd de naald zo stil mogelijk, om alle insuline in het lichaam terecht te laten komen.
  • Laat het naaldje na het spuiten altijd nog minimaal tien seconden in de huid zitten.
  • Haal de naald er in dezelfde richting uit als hij in de huid is gestoken.
  • Komt er een beetje bloed vrij op de spuitplaats, dep dat dan met een papieren zakdoekje op.
  • Lekt er nog wat insuline nadat de pen is teruggetrokken, blijf dan de waarden controleren.
  • Vervang het naaldje na iedere prikbeurt. Dit voorkomt huidschade en het is minder pijnlijk. Ook verkleint het de kans op lekkage en vermenging van insuline in de ampul.
     

Waar spuit u insuline?

  • In de buik, billen, armen of bovenbenen. De opname in de buik gaat het snelst, vanwege de betere doorbloeding. Maar welke plaats voor u het best is, is onder andere afhankelijk van de soort insuline die u gebruikt. Overleg dit met uw diabetesverpleegkundige.
  • Insuline moet terechtkomen in het laagje onderhuids vetweefsel onder de huid en boven de spieren. Dus niet in de spieren, dan wordt de insuline te snel opgenomen waardoor de werkingsduur korter wordt. Bovendien is dit vele malen pijnlijker en krijgt u doorgaans blauwe plekken.
  • Waar u spuit, is onder andere afhankelijk van wat u na het spuiten gaat doen. Gaat u bijvoorbeeld binnen een uur sporten, spuit dan niet in uw been.
  • Wissel de spuitplaatsen af, met minimaal steeds een vinger ertussen. Zo voorkomt u littekenweefsel en spuitplekken. Die zijn vervelend en pijnlijk, en de insulineopname wordt er minder voorspelbaar door. Met als mogelijk gevolg een slechtere regulatie.

Deze informatie kunt u ook terugvinden op de website van de diabetesvereniging: www.dvn.nl

Wilt u deze pagina delen via Social media? Klik dan hier.

Cookie Policy

Deze site gebruikt cookies om ervoor te zorgen dat we u de best mogelijke ervaring geven.
Strict noodzakelijke cookies
Deze cookies zijn strikt noodzakelijk om over de site te navigeren, of om te voorzien in door u aangevraagde faciliteiten.
Functionaliteitscookies
Deze cookies verbeteren de functionaliteit van de website door het opslaan van uw voorkeuren.
Prestatiecookies
Deze cookies helpen om de prestaties van de website te verbeteren, waardoor een betere gebruikerservaring ontstaat.
Online surfgedrag gebaseerde reclame cookies
Deze cookies worden gebruikt om op de gebruiker toegesneden reclame en andere informatie te tonen.
Meer weten...